1Leningen Belgisch coŲrdinatiecentrum; onzakelijke omleiding; geen renteaftrek
 Lees meer ...
2Bedrijf is verplicht auditfiles over te leggen; terechte informatiebeschikking
 Lees meer ...
3Aftrek voorbelasting juridische kosten en telefoonkosten; geen grove schuld
 Lees meer ...
4Aftrek voorbelasting juridische kosten; verband met economische activiteit
 Lees meer ...
5WOZ-waarde kantoorpand door Rechtbank terecht verlaagd tot eigen verkoopcijfer
 Lees meer ...
6Woonplaats interseksueel is in Nederland; reden verblijf niet relevant
 Lees meer ...
7Schending hoorplicht; toestemming aan Rechtbank om in de zaak te voorzien
 Lees meer ...
8Laat opleggen definitieve aanslag niet strijdig met abbb
 Lees meer ...
9Juiste winsttoerekening aan vaste inrichting; geen strijd goede procesorde (2)
 Lees meer ...
10Lager gebruikelijk loon niet aannemelijk gemaakt
 Lees meer ...
11Op aan ambtenaar toegekende dwangsom is ten onrechte loonheffing ingehouden
 Lees meer ...
12Vermindering dwangbevelkosten na vermindering belastingaanslag
 Lees meer ...
13Kamerbrief over instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten
 Lees meer ...

1Leningen Belgisch coŲrdinatiecentrum; onzakelijke omleiding; geen renteaftrek
 X (bv; belanghebbende) heeft in het jaar 2000 alle aandelen in O (nv; gevestigd te Nederland) verworven. 72% van de aandelen heeft zij rechtstreeks van derden verworven, de resterende 28% van haar in BelgiŽ gevestigde moedermaatschappij J (bv) die de aandelen op haar beurt eerder in 2000 van derden heeft verkregen.†De aankoopsom is gefinancierd door drie leningen van het tot het concern behorende Belgisch coŲrdinatiecentrum (hierna: BCC) dat een effectieve vpb-druk kent van minder dan 1%. De door het BCC verstrekte leningen zijn verstrekt uit het eigen vermogen van het BCC dat kort daarvoor via kapitaalstorting van J is verkregen. Ten tijde van het verstrekken van de leningen was door de groep extern geen eigen vermogen aangetrokken. Er is geen eigen vermogen aan Nederlandse groepsmaatschappijen onttrokken om de onderhavige leningen te verstrekken. Met ingang van 2001 is O gevoegd in een fiscale eenheid met X als moedermaatschappij. X heeft in haar aangifte vpb 2007 de rente met betrekking tot de drie leningen in mindering gebracht op de belastbare winst. De Inspecteur heeft de rente met een beroep op artikel 10a Wet VpB 1969 (tekst 2007) niet in aftrek toegelaten. In geschil is of dat terecht is. Volgens Rechtbank Gelderland is dat het geval.†X heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan het aangaan van de leningen in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag hebben gelegen. Het had op de weg van X gelegen inzicht te geven in de beweegredenen om het voor de overname van O ingezette eigen vermogen te leiden via het BCC. Nu X dit inzicht niet heeft gegeven is de Rechtbank van oordeel dat sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie die geen verband houdt met de economische realiteit en die slechts bedoeld is om de normaal in Nederland verschuldigde belasting te ontwijken. Er is aldus sprake van een onzakelijke omleiding zoals bedoeld in het Mauritius-arrest (HR 5 juni 2015, 14/00343, ECLI:NL:HR:2015:1460). Noch doel en strekking van die bepaling, noch enige Europeesrechtelijke rechtsregel verzet zich tegen de uitsluiting van renteaftrek krachtens artikel 10a Wet VpB 1969, aldus de Rechtbank. Het beroep is ongegrond.
 Lees meer ...